Hoe Bereken Je de QTc? (Bazett, Fridericia en Meer)
De QTc is het gemeten QT-interval gecorrigeerd voor de hartslag. De meest gebruikte formule is Bazett: QTc = QT gedeeld door de wortel van het RR-interval, waarbij RR = 60 gedeeld door de hartslag in seconden. Een verlengde QTc verhoogt het risico op gevaarlijke ritmestoornissen zoals torsade de pointes.
Waarom QT eigenlijk corrigeren
Het QT-interval verandert vanzelf met de hartslag: het wordt korter als het hart sneller klopt en langer als het trager klopt. Een QT van 400 ms bij een hartslag van 60 betekent iets heel anders dan diezelfde 400 ms bij een hartslag van 130. Zonder correctie kun je twee ECG’s van dezelfde patiënt op verschillende momenten niet eerlijk vergelijken, en kun je geen vaste drempelwaarde gebruiken om “verlengd” van “normaal” te onderscheiden.
De correctie herschaalt het gemeten QT naar wat het zou zijn bij een hartslag van 60 slagen per minuut, zodat waarden onderling en tegen een vaste grens vergelijkbaar worden. Er bestaan meerdere formules om dat te doen, en ze komen niet altijd op hetzelfde getal uit.
Vier formules zijn gangbaar:
- Bazett (1920): QTc = QT ÷ √RR. De oudste en nog altijd de meest gebruikte, standaard op de meeste ECG-apparaten en de formule die in richtlijnen het vaakst wordt genoemd.
- Fridericia: QTc = QT ÷ ∛RR. Gebruikt de derdemachtswortel in plaats van de vierkantswortel en corrigeert daardoor minder agressief.
- Framingham: QTc = QT + 154 × (1 − RR). Een lineaire, additieve correctie in plaats van een machtswet.
- Hodges: QTc = QT + 1,75 × (hartslag − 60). Ook lineair, maar rechtstreeks op basis van de hartslag in plaats van RR.
Bazett is precies daardoor de norm geworden: hij is oud, simpel te berekenen en staat standaard op het apparaat. Dat maakt zijn zwakte bij extreme hartslagen ook klinisch relevant, want een arts die vertrouwt op het getal dat de ECG-printer uitspuugt bij een tachycarde of bradycarde patiënt, kan op het verkeerde been worden gezet.
Rekenvoorbeeld bij vijf hartslagen
Neem een vast gemeten QT-interval van 400 ms en bereken de QTc met alle vier de formules bij vijf verschillende hartslagen. Alle waarden zijn afgerond op de dichtstbijzijnde ms.
| Hartslag (slagen/min) | RR (s) | Bazett | Fridericia | Framingham | Hodges |
|---|---|---|---|---|---|
| 40 | 1,500 | 327 | 349 | 323 | 365 |
| 60 | 1,000 | 400 | 400 | 400 | 400 |
| 75 | 0,800 | 447 | 431 | 431 | 426 |
| 100 | 0,600 | 516 | 474 | 462 | 470 |
| 130 | 0,462 | 589 | 518 | 483 | 523 |
Bij een hartslag van 60 komen alle vier de formules exact op 400 ms uit. Dat is geen toeval: bij 60 slagen per minuut is RR precies 1 seconde, en dan valt elke correctieterm weg (√1 = 1, ∛1 = 1, en de lineaire termen worden nul). Bij 60 slagen per minuut maakt het dus niet uit welke formule je kiest.
Zodra de hartslag afwijkt van 60, lopen de formules uiteen, en Bazett wijkt het sterkst af van de rest. Bij een snelle hartslag van 130 geeft Bazett 589 ms (duidelijk verlengd), terwijl Fridericia op 518 ms uitkomt (grensgeval). Bij een trage hartslag van 40 geeft Bazett juist 327 ms, ruim onder de andere drie formules, wat bij een bradycarde patiënt met een in werkelijkheid verlengd QT ten onrechte geruststellend kan lijken.
Framingham en Hodges gebruiken beide een lineaire correctie in plaats van een machtswet en schieten daardoor niet zo hard door bij extreme hartslagen, precies de reden waarom ze als alternatief voor Bazett zijn voorgesteld. Fridericia zit met de derdemachtswortel tussen Bazett en de lineaire formules in en corrigeert minder agressief, wat een van de redenen is dat de formule vaak de voorkeur krijgt in geneesmiddelenonderzoek naar QT-effecten.
Drempelwaarden per geslacht
Deze grenzen gelden voor de Bazett-QTc, de meest gebruikte waarde in de praktijk:
- Man: normaal tot en met 430 ms, grensgeval 431 tot 450 ms, verlengd boven 450 ms.
- Vrouw: normaal tot en met 450 ms, grensgeval 451 tot 470 ms, verlengd boven 470 ms.
Bij beide geslachten geldt: een QTc van 500 ms of meer is duidelijk verlengd en vraagt bijzondere voorzichtigheid, gezien het reële risico op torsade de pointes.
Bereken met je eigen waarden
Vul je eigen QT-interval en hartslag in om direct de QTc volgens alle vier de formules te zien, samen met de interpretatie.
Veelgemaakte fouten
Blind vertrouwen op de Bazett-waarde van het ECG-apparaat bij extreme hartslagen. Dit is de valkuil die het meest verschilt van wat mensen verwachten, en de tabel hierboven laat zien waarom. Bij tachycardie overschat Bazett de QTc en kan hij ten onrechte “verlengd” aangeven terwijl Fridericia of Framingham een normale of grensgevalwaarde tonen. Bij bradycardie doet Bazett het omgekeerde: hij onderschat de QTc en kan geruststellen terwijl er in werkelijkheid wel degelijk een verlenging is. Bij een hartslag die duidelijk afwijkt van 60, is het verstandig om Bazett niet als enige getal te lezen en een tweede formule zoals Fridericia ernaast te leggen.
De verkeerde drempel voor het geslacht gebruiken, of geen enkele aanpassing maken. De grens voor een verlengde QTc ligt bij vrouwen hoger dan bij mannen (470 ms tegenover 450 ms). Een vrouwelijke patiënt met een QTc van 460 ms zit binnen de grensgevalzone, niet in de verlengde zone; bij een man zou datzelfde getal al als verlengd gelden. Het geslacht overslaan of verkeerd invullen verandert dus direct de interpretatie.
Een slecht gemeten QT-interval als basis nemen. Geen enkele correctieformule kan een onnauwkeurige meting compenseren. Veelvoorkomende fouten zijn het aflezen in de verkeerde afleiding, het per ongeluk meenemen van een U-golf in het einde van de T-golf, en een onduidelijke bepaling van waar de T-golf precies eindigt. Meet bij twijfel in meerdere afleidingen en kies de afleiding waarin het einde van de T-golf het duidelijkst te zien is.
Reageren op één losse QTc-meting zonder omkeerbare oorzaken uit te sluiten. Een verlengde QTc kan het gevolg zijn van QT-verlengende medicatie (bijvoorbeeld bepaalde antiaritmica zoals amiodaron of sotalol, sommige antipsychotica zoals haloperidol, bepaalde antibiotica zoals macroliden of fluorochinolonen, en methadon), van elektrolytstoornissen (laag kalium, laag magnesium, laag calcium), of van een aangeboren verlengd QT-syndroom. Voordat je een enkele afwijkende meting als definitief beschouwt, is het zinvol om het medicatielijstje en de elektrolytenwaarden na te lopen en de meting te herhalen of over een paar slagen te middelen.
Veelgestelde vragen
Wat is de Bazett-formule voor QTc?
QTc = QT ÷ √RR, waarbij RR het interval tussen twee hartslagen in seconden is (RR = 60 ÷ hartslag). Bij een QT van 400 ms en een hartslag van 75 is RR gelijk aan 0,8 seconde, en de QTc komt uit op 400 ÷ √0,8 ≈ 447 ms.
Waarom komen Bazett en Fridericia niet altijd op hetzelfde getal uit?
Bazett gebruikt de vierkantswortel van RR, Fridericia de derdemachtswortel. Bij een hartslag van precies 60 is RR gelijk aan 1, en dan geven beide formules exact hetzelfde resultaat. Bij elke andere hartslag levert de vierkantswortel een sterkere correctie op dan de derdemachtswortel, waardoor Bazett verder van de gemeten QT-waarde af beweegt dan Fridericia, vooral bij snelle hartslagen.
Welke QTc geldt als verlengd?
Bij mannen geldt een QTc boven 450 ms als verlengd, met een grensgeval tussen 431 en 450 ms. Bij vrouwen ligt de grens hoger: verlengd boven 470 ms, met een grensgeval tussen 451 en 470 ms. Een QTc van 500 ms of meer is bij beide geslachten duidelijk verlengd en vraagt bijzondere aandacht vanwege het risico op torsade de pointes.
Waarom geven alle formules bij een hartslag van 60 exact dezelfde uitkomst?
Bij een hartslag van 60 slagen per minuut is RR precies 1 seconde. De wortel en de derdemachtswortel van 1 zijn allebei 1, dus Bazett en Fridericia laten de QT ongewijzigd. Bij de lineaire formules van Framingham en Hodges wordt de correctieterm bij RR = 1 (of hartslag = 60) nul. Alle vier de formules geven daarom exact het gemeten QT terug, ongecorrigeerd, wanneer de hartslag precies 60 is.