Hoe Werkt de Wells-score voor DVT? (Diepe Veneuze Trombose)
De Wells-score voor DVT telt tien klinische kenmerken op tot één getal dat inschat hoe waarschijnlijk een diepe veneuze trombose (DVT) is. Negen kenmerken leveren elk +1 punt op; het tiende trekt juist 2 punten af als een andere diagnose minstens even waarschijnlijk is. De uitkomst bepaalt niet of iemand DVT heeft, maar stuurt welk onderzoek daarna volgt: een D-dimeertest of meteen een echografie.
De tien criteria
Elk van de eerste negen items geeft +1 punt als het aanwezig is. Het tiende item is de enige uitzondering: het trekt 2 punten af.
| # | Criterium | Punten |
|---|---|---|
| 1 | Actieve kanker (behandeling < 6 maanden, of palliatief) | +1 |
| 2 | Verlamming, parese of recente gipsimmobilisatie van het been | +1 |
| 3 | Recent bedlegerig ≥ 3 dagen of grote operatie < 12 weken | +1 |
| 4 | Lokale drukpijn langs het diepe veneuze systeem | +1 |
| 5 | Hele been gezwollen | +1 |
| 6 | Kuit > 3 cm dikker dan de andere (gemeten 10 cm onder de tuberositas tibiae) | +1 |
| 7 | Pitting oedeem beperkt tot het symptomatische been | +1 |
| 8 | Collaterale (niet-spatader) oppervlakkige venen | +1 |
| 9 | Eerder gedocumenteerde DVT | +1 |
| 10 | Alternatieve diagnose minstens even waarschijnlijk als DVT | −2 |
Omdat item 10 punten aftrekt, is de laagst mogelijke score −2. De hoogst haalbare score is 9, als alle negen positieve criteria aanwezig zijn.
Waarom één item 2 punten aftrekt
Negen van de tien criteria wijzen naar DVT: hoe meer ervan aanwezig zijn, hoe waarschijnlijker de diagnose. Het tiende criterium werkt precies andersom. Als er een andere verklaring is die minstens even goed past bij de klachten, zoals een spierscheur, een bakercyste, cellulitis of chronisch veneuze insufficiëntie, dan wordt DVT juist minder waarschijnlijk.
Die andere diagnose krijgt daarom geen +1 maar een −2. Zo kan een been dat er op het eerste gezicht verdacht uitziet toch een lage score krijgen wanneer er een duidelijker alternatief is. Dit is het item dat het vaakst wordt vergeten, en het is precies het item dat de score onderscheidt van een simpele optelsom van symptomen.
De weging is niet willekeurig. De Wells-score is opgebouwd uit patiëntengroepen waarin onderzoekers bijhielden welke kenmerken samenhingen met een bevestigde trombose. Kenmerken die de kans op DVT verhoogden kregen een positief punt; het bestaan van een even goede andere verklaring bleek de kans juist zo sterk te verlagen dat het twee punten aftrek rechtvaardigde. Het oordeel over die alternatieve diagnose is klinisch: het vraagt dat de behandelaar de hele presentatie afweegt en niet alleen naar het gezwollen been kijkt.
Rekenvoorbeeld
Neem een patiënt met actieve kanker, een volledig gezwollen been, een kuit die meer dan 3 cm dikker is dan de andere en lokale drukpijn langs de diepe venen. Er is geen alternatieve diagnose die even waarschijnlijk is.
| Criterium | Van toepassing? | Punten |
|---|---|---|
| Actieve kanker | Ja | +1 |
| Hele been gezwollen | Ja | +1 |
| Kuit > 3 cm dikker | Ja | +1 |
| Lokale drukpijn diepe venen | Ja | +1 |
| Alternatieve diagnose even waarschijnlijk | Nee | 0 |
| Totaal | 4 |
De score komt uit op 4. Dat valt in de categorie “DVT waarschijnlijk” (en in het oudere driedeling-model op “hoog”). Het vervolg is een compressie-echografie, niet een D-dimeertest alleen.
Bereken met je eigen waarden
Vink hieronder de aanwezige criteria aan om direct de score en de bijbehorende waarschijnlijkheid te zien.
Twee niveaus of drie niveaus
De Wells-score wordt op twee manieren ingedeeld. De huidige, meest gebruikte versie werkt met twee niveaus; een ouder model gebruikte drie.
| Model | Score | Uitkomst |
|---|---|---|
| Twee niveaus (huidig) | ≥ 2 | DVT waarschijnlijk |
| Twee niveaus (huidig) | < 2 | DVT onwaarschijnlijk |
| Drie niveaus (ouder) | 0 | Lage waarschijnlijkheid |
| Drie niveaus (ouder) | 1 tot 2 | Matige waarschijnlijkheid |
| Drie niveaus (ouder) | ≥ 3 | Hoge waarschijnlijkheid |
Welk vervolgonderzoek nodig is, hangt af van het niveau:
- Onwaarschijnlijk (< 2): eerst een D-dimeertest. Is die negatief, dan is DVT voldoende uitgesloten en is beeldvorming niet nodig.
- Waarschijnlijk (≥ 2): meteen een compressie-echografie. Bij deze groep is een D-dimeertest alleen niet genoeg om DVT uit te sluiten.
De score geeft dus een voorafkans en stuurt het volgende onderzoek. Hij stelt zelf geen diagnose en sluit op zichzelf niets uit; dat doet pas de combinatie met D-dimeer of echografie.
De logica achter dit traject is dat de twee vervolgtests elkaar aanvullen. De D-dimeertest is gevoelig maar weinig specifiek: een negatieve uitslag is geruststellend, maar een positieve uitslag komt bij veel andere aandoeningen ook voor. Daarom is die test vooral nuttig om DVT uit te sluiten bij mensen die op grond van de score al onwaarschijnlijk zijn. Bij een waarschijnlijke score is de kans op trombose te groot om af te gaan op een test die relatief vaak vals-negatief kan zijn in deze groep, en gaat de patiënt rechtstreeks naar de echografie, waarmee de aders daadwerkelijk in beeld worden gebracht.
Veelgemaakte fouten
Bij het invullen van de Wells-score gaat het meestal op dezelfde punten mis:
- De −2 vergeten. Item 10 trekt punten af. Wie een aannemelijke alternatieve diagnose over het hoofd ziet, komt te hoog uit en stuurt de patiënt onterecht richting echografie.
- Vertrouwen op een negatieve D-dimeer bij een waarschijnlijke patiënt. Bij een score van ≥ 2 sluit een negatieve D-dimeer DVT niet uit. Deze groep hoort naar de echografie, niet naar de laboratoriumuitslag alleen.
- Verwarren met de Wells-score voor longembolie. Er bestaat een aparte Wells-score voor longembolie (PE) met andere criteria en andere afkappunten. De twee zijn niet uitwisselbaar.
- De kuit inschatten in plaats van meten. Criterium 6 vraagt om een gemeten verschil van meer dan 3 cm, 10 cm onder de tuberositas tibiae. Een verschil op het oog schatten leidt tot een onbetrouwbare score.
Veelgestelde vragen
Welke score betekent dat DVT waarschijnlijk is?
In de huidige tweedeling betekent een score van 2 of hoger dat DVT waarschijnlijk is; onder de 2 is DVT onwaarschijnlijk. In het oudere driedeling-model geldt 0 als laag, 1 tot 2 als matig en 3 of hoger als hoog. Een waarschijnlijke uitkomst leidt tot een compressie-echografie.
Wat is de laagst mogelijke Wells-score?
De laagst mogelijke score is −2. Dat komt doordat het tiende criterium, een minstens even waarschijnlijke alternatieve diagnose, 2 punten aftrekt terwijl de overige negen criteria geen enkel punt hoeven op te leveren. De hoogst haalbare score is 9.
Is dit dezelfde score als voor longembolie?
Nee. Er is een aparte Wells-score voor longembolie (PE) met eigen criteria en eigen afkappunten. Deze pagina gaat uitsluitend over de Wells-score voor DVT (diepe veneuze trombose). Gebruik de scores niet door elkaar.
Kun je met alleen de score een diagnose stellen?
Nee. De Wells-score geeft een voorafkans en bepaalt welk onderzoek volgt: een D-dimeertest bij een onwaarschijnlijke uitkomst of een echografie bij een waarschijnlijke. De diagnose DVT wordt gesteld of uitgesloten met dat vervolgonderzoek, niet met de score alleen. Dit is algemene informatie en geen persoonlijk medisch advies.